Beste Bloggers,
Ik had net mijn VWO diploma gehaald toen ik voor het eerst te gast was in Egmond. Ik had een brief geschreven dat ik wel eens paar dagen in een echt klooster wilde zijn om 'uit te rusten'. Dat leek me goed idee voordat ik theologie ging studeren. Een paar dagen later ging de telefoon. Een echte broeder aan de lijn. Wat ik daarmee bedoelde. Wilde ik soms in bikini aan de rand van het zwembad liggen? Kan dat dan, was mijn verbaasde reactie. Nee, natuurlijk niet, zei de gastenpater. Nou dan kom ik toch zonder zwemkleren.
Na deze spraakverwarring is het toch nog goed gekomen tussen de broeders en mij. Later begreep ik dat er door de verregaande gastvrijheid van de abdij ook wel eens vreemde gasten over de vloer kwamen.
Ik kwam en werd geraakt door het koorgebed. Psalmen zingen, zes, zeven keer per dag. In twee groepen tegenover elkaar. Om de beurt een paar regels. Uit het Hebreeuws vertaald door Marie van der Zijden en Ida Gerhardt. In een houterig Nederlands dat een ongekende rijkdom bleek te bevatten. Het boeide mij die psalmen met hun passie, hun emotie, hun diep doorleefde woede, twijfel, vertrouwen. Er was zoveel méér dan alleen psalm 23 (Want mijn herder is de Heer). Er ging een wereld voor mij open.

En er was de stilte. Dat was wel wennen. Buiten de twee keren koffie en thee geen gesprekken onderling. Ook niet aan tafel met andere gasten. Als je wat nodig had, maakte je een gebaar en je kreeg het ook nog. Of althans, dat was de bedoeling.
Zo zaten we eens aan de ontbijttafel met een aantal jongeren. Aan de andere kant zat een bisschop, Mgr. Möller van Groningen. Eén van ons gebaarde dat hij iets nodig had. Maar wat? We gaven hem van alles. Op laatst stond zo'n beetje alles bij zijn bord. We kregen de slappe lach. Maar we hielden ons in. De jongen werd steeds wanhopiger en onze hoofden werden steeds roder. 'Nou, lach dan maar', zei de bisschop gelaten en wij knalden los in een onbedaarlijke lachbui. 'En ik, en ik, wilde alleen maar de thee..., kon de overbuurman er met moeite uitkrijgen.
Maaltijden met gasten. Dat is ook iets heel speciaals. In stilte warm eten terwijl er een boek voorgelezen wordt of een hoofdstuk uit de kloosterregel van Benedictus. Zo kun je nog eens horen dat monniken geacht worden een gast te ontvangen alsof het Jezus Christus zelf is.
De monniken aten toendertijd snel. Sommige gasten echter niet en hadden daardoor soms nog behoorlijke trek wanneer de abt het sein gaf dat de maaltijd voorbij was. En dat zonder tussendoortjes die onze dagen (te veel) stofferen. Dat leidde een aantal jaren later tot de volgende gebeurtenis. Ik had de leden van een oecumenische groep, die ik als pastoraal werkster begeleidde, gezegd dat ze genoeg moesten eten. De broeders mogen immers pas van tafel wanneer iedereen uitgegeten is. Toen we de eerste dag aan tafel zaten, bleek dat één van ons die woorden goed in haar oren had geknoopt. Net toen het leek dat iedereen klaar was en de abt met zijn belletje in de aanslag zat, pakte zij in alle rust nog een appeltje, schilde het op haar dooie gemak en nam alle tijd om het op te eten. Dat leverde zeker een bonustijd van vijf minuten op. Zouden de broeders inwendig erg gemopperd hebben op ons gasten?
Eens was mij gevraagd om een jongerendag te organiseren. Het leverde mij een nieuwe vriendin op. En onze vriendschap leidde indirect naar de man met wie ik gelukkig mijn leven deel.
Een andere keer maakte ik een begrafenis mee van een gestorven broeder. De tederheid waarmee hij omringd werd, maakte diepe indruk op mij. De eenvoud van de plechtigheid hoorde daar helemaal bij. Ik zie ons nog gaan in optocht door de lange abdijgang al pslamzingend terwijl het zonlicht gekleurde banen trekt op de vloer, op onze gezicht. Kan een begrafenis een ingetogen feestje zijn?
Nu ben ik op weg naar de abdij. Ik ben er lange tijd niet meer geweest. Er zijn minder broeders. Zij die er nog wonen, zijn veel ouder geworden. Hoe kwestbaar is de communiteit? Er is ook ingrijpend verbouwd. Zo zijn de gastenkamers gemoderniseerd. Ieder heeft eigen sanitair op de kamer. Een teken van vertrouwen in de toekomst. Ik denk terwijl ik loop: Wat zal ik er aantreffen? Zal er herkenning zijn of vervreemding?
Iedere stap brengt mij dichter bij het antwoord.
Heleen van de Reep
Wil je zelf zien hoe de abdij eruit ziet? Ga naar www.abdijvanegmond.nl